Reviews

Waardering 4.7 van 5

4.9 van 5 sterren

Waardering 4.5 van 5

4.9 van 5 sterren

Importauto’s, BPM en de Ongenuanceerde Stigma’s

De Nederlandse automarkt wordt al jaren verstoord door de ondoorzichtige en problematische BPM-regelgeving. In recente berichtgeving, zoals het artikel in de Telegraaf van vadaag, worden importauto’s met een lage BPM-afdracht al snel bestempeld als ‘schadeauto’s’, zonder gedegen onderbouwing. Dit sentiment, gevoed door belangenorganisaties als BOVAG, leidt tot marktverstoring en onterechte vooroordelen bij zowel consumenten als autobedrijven.

Het Gevolg van Verkeerde Perceptie

Een lage bruto BPM op een kenteken zou volgens sommige partijen automatisch betekenen dat een voertuig schade heeft gehad. Dit is een misleidende en schadelijke gedachtegang. De BPM-afdracht bij importauto’s wordt namelijk berekend op basis van meerdere methoden, waaronder de veelgebruikte taxatieregeling. Dit is een volstrekt legitieme methode, waarmee autobedrijven de werkelijke waarde van een voertuig kunnen vaststellen. Desondanks worden voertuigen met een lagere BPM-afdracht ten onrechte gediskwalificeerd op de inruilmarkt, waardoor autobezitters onnodig worden benadeeld.

De Dubbele Moraal in de Markt

Grote spelers in de autobranche, waaronder dealerholdings, maken gebruik van dezelfde taxatiemethoden bij de import van hun eigen voorraad. Echter, wanneer een particulier enkele jaren later dezelfde auto probeert in te ruilen, wordt de eerder lage BPM-afdracht plotseling als negatief bestempeld en de inruil geweigerd. Bekend is dat dit gebeurde bij Louwman. Dit is een inconsistente en consument-benadelende houding die duidelijk maakt dat BPM geen eerlijk en consistent systeem is, maar een instrument dat afhankelijk van de context wordt misbruikt.

Casus: Onterechte Bevooroordeling van een Importauto

Recent ontvingen wij een melding van een ondernemer die geconfronteerd werd met de negatieve gevolgen van deze vooroordelen. Een klant wilde zijn geïmporteerde auto inruilen, maar kreeg te horen dat het voertuig ‘vermoedelijk een schadeauto’ was, enkel en alleen vanwege de lage BPM-afdracht. Uit navraag bij de RDW bleek echter dat er geen enkele schadehistorie aan het voertuig verbonden was. Desondanks hield de inruilende dealer voet bij stuk. Dit leidde niet alleen tot financiële schade voor de eigenaar, maar ook tot onterechte reputatieschade voor de verkopende partij.

Wat hier gebeurt, is niets minder dan een gestructureerde benadeling van importauto’s, aangedreven door een selectieve interpretatie van BPM-regels. Autobedrijven die gebruikmaken van de taxatiemethode worden hiermee onterecht in een kwaad daglicht gesteld, terwijl deze methode juist bedoeld is om een eerlijke BPM-afdracht te garanderen.

BPM: Een Systeem dat Zichzelf Vastdraait

BOVAG heeft recent erkend dat het BPM-systeem onhoudbaar is, zoals eerder besproken in een publicatie van BB Partners. Toch blijft de organisatie vasthouden aan een standpunt dat zijn eigen leden benadeelt. Duizenden ondernemers maken correct gebruik van de BPM-taxatieregeling, maar worden door negatieve berichtgeving tegengewerkt. Het contrast met grote importeurs, die op de achtergrond afspraken maken met de Belastingdienst over gunstige BPM-tarieven, is schrijnend. Als eerder sprak ik BOVAG aan op haar verantwoordelijkheid om éérlijk te informeren. Als BOndVAnGaragehouders heeft zij ook grote invloed op de perceptie van consumenten.

Conclusie

Het stigmatiseren van importauto’s met een lage BPM is een direct gevolg van een falend belastingsysteem dat zichzelf in stand probeert te houden. In plaats van structurele hervormingen door te voeren, wordt de aandacht afgeleid naar de vermeende ‘schadehistorie’ van perfect legitieme voertuigen. De enige echte oplossing is een volledige herziening van de BPM, zodat de marktwerking eerlijk en transparant blijft voor zowel autobedrijven als consumenten.

Facebook
Twitter
LinkedIn

OP DE HOOGTE BLIJVEN?